Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index Forum Eerste Wereldoorlog
Hét WO1-forum voor Nederland en Vlaanderen
 
 FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   WikiWiki   RegistreerRegistreer 
 ProfielProfiel   Log in om je privé berichten te bekijkenLog in om je privé berichten te bekijken   InloggenInloggen   Actieve TopicsActieve Topics 

Section artistique

 
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Kunst Actieve Topics
Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
A. Depage



Geregistreerd op: 1-6-2008
Berichten: 2882
Woonplaats: Dendermonde, Oost-Vlaanderen (B)

BerichtGeplaatst: 31 Jan 2015 17:11    Onderwerp: Section artistique Reageer met quote

FRONTSCHILDERS

Definitie

Frontschilders zijn leden van de Section artistique (of voluit Section documentaire artistique de l'armée en campagne) van het Belgische leger tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ze hadden de opdracht om tijdens de oorlog de situatie en het leven aan het front te schilderen of schetsen. In bredere zin wordt de term frontschilder soms ook gebruikt voor alle schilders die tijdens de Eerste Wereldoorlog werken maakten aan het front, ook voor degenen die niet tot de section artistique behoorden.


Ontstaan

Op 10 mei 1916 wordt door de legerleiding een artistieke afdeling opgericht die de officieel naam krijgt van Section documentaire artistique de l’armée en campagne maar normaliter kortweg de Section Aristique wordt genoemd. De grote stimulatoren achter de oprichting waren Alfred Bastien en Léon Huygens, maar ook koningin Elisabeth had mee geijverd voor het oprichten van een artistieke legerafdeling. Al eerder waren er kunstenaars actief aan het front, maar deze hadden het niet altijd gemakkelijk: ze mochten niet overal komen en zomaar schetsen of foto’s maken. De Section Artistique werd vooral opgericht om praktische redenen: makkelijke toegang tot locaties, maar ook tot materiaal.

De zogenaamde frontschilders die van de afdeling deel uitmaakte hadden de opdracht om tijdens de oorlog de situatie en het leven aan het front te schilderen of schetsen. In bredere zin wordt de term frontschilder soms ook gebruikt voor alle schilders die tijdens de Eerste Wereldoorlog werken maakten aan het front, ook voor degenen die niet tot de Section Artistique behoorden.





Een aparte legereenheid met eigen privileges

De Section Artistique was een echte legerafdeling. Het voordeel voor de kunstenaars was dat ze geen echte soldatentaken kregen: geen wachten, geen vuurgevechten. Het was een verzameling schilders van uiteenlopende achtergrond en met uiteenlopende stijlen. De frontschilders maakten allemaal schetsen of schilderijen van het leven en de indrukken aan het front. Ze kregen doeken, verf en dergelijke in ruil voor werken. Die werken bleven bovendien voor een groot deel in hun bezit. De frontschilders waren vrij in het kiezen van thema’s. Typische onderwerpen waren schuilkelders, loopgraven, geruïneerde gebouwen. Het lidmaatschap van de Section Artistique hing vooral af van de keuze van de kunstenaars: men moest zelf een aanvraag doen om toe te treden. De algemene leiding van de Section Artistique zetelde in Hotel Teirlinck in De Panne. Maar de twee belangrijkste centra met kunstenaars bevonden zich in Nieuwpoort en Lo. In Nieuwpoort werden ze onderdeel van de Sapeurs-Pontonniers. De Section Artistique organiseerde zelf fronttentoonstellingen, bijvoorbeeld reeds in september 1916 in De Panne. Koningin Elisabeth was hier een gretige koper. Ook in het buitenland organiseerden ze tentoonstellingen, bijvoorbeeld in 1917 in Zwitserland. In mei 1918 vindt de laatste grote tentoonstelling plaats die door De Belgische Standaard wordt georganiseerd.
Het oeuvre heeft steeds een realistische weergave van de oorlog weergegeven. Het was dus nooit een baanbrekende stroming, zodat het werk meer als historische informatie werd gezien en veel minder als kunstwerken.





Section photographique

Zowel Franstaligen als Vlamingen waren frontschilders. In totaal zijn er 26 geweest. Een aantal frontschilders werkte na de oorlog verder en kreeg enige bekendheid. Het grootste deel verdween echter in de vergetelheid. Oorlogschilders bestaan al vele eeuwen en zijn actief in de meeste oorlogen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was er in België niet alleen een Section artistique, maar ook een Section photographique actief. Officieel heette deze de Service photographique de l’armée belge.




In de volgende postings zullen enkele kunstenaars van nabij beschreven worden...

Bronnen:
- http://muizenest.nl/2014/11/08/section-artistique/
- http://www.invlaanderen.be/%283800%29/expo-frontschilders-kunst-uit-de-loopgraven
- http://nl.wikipedia.org/wiki/Frontschilder
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail
coltroep



Geregistreerd op: 3-3-2009
Berichten: 352

BerichtGeplaatst: 31 Jan 2015 19:44    Onderwerp: het mooie verhaal van 'Het Panorama van den IJzer' Reageer met quote

In 1920 begon hij dan aan het panoramisch schilderij "Het Panorama van den IJzer", een doek van 14 m hoog en 115 m lang. Hij werkte hiervoor samen met Charly Léonard (1894-1953) en Charles Swyncop. Het werk ging door in de rotonde van het Jubelpark, waar zich eerder het Panorama van Caïro zich bevond. Gedurende de werken kreeg hij bezoek van koning Albert, koningin Elisabeth en zelfs de Japanse keizer Hirohito. In april 1921 is het doek, dat 3,5 ton weegt, afgewerkt en in augustus 1921 verhuisde het naar de Rotonde Castellani aan de Maurice Lemonnierlaan te Brussel, waar het een groot succes kende. Deze rotonde werd afgebroken in 1924. Het stadsbestuur van Oostende besloot een nieuwe rotonde te bouwen voor dit doek. Oostende was immers het uitgangspunt voor het fronttoerisme, vooral van vele Britten. Deze rotonde werd dan geopend op 5 september 1924 en bevond zich nabij het huidige Canadaplein, tegenover het (toen nog bestaande) derde handelsdok. Het kende eveneens een groot succes. Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd het zwaar beschadigd bij een bombardement door Britse vliegtuigen, die dachten dat het een gastank was (het stond nabij een gasfabriek). Het bevat nu meer dan 400 scheuren en is blootgesteld aan weer en wind. In 1950 september 1950 werd het doek overgebracht naar het Legermuseum in Brussel. In januari 1951 werd een poging tot restauratie gedaan onder leiding van Bastien. Het publiek kon het nog korte tijd bezichtigen van 16 juni tot 29 juli 1951. Pas in het begin van de jaren 70 van voorgaande eeuw werd het opnieuw vertoond aan het publiek in de hal van de afdeling Luchtvaart en Ruimtevaart, maar dit gebeurde in slechte omstandigheden. Het doek begon verder af te takelen. Tenslotte werd het in stukken van 14 m gesneden en opgerold op bobijnen. De slechtste stukken werden vernield. De overblijvende bobijnen werden gedumpt in de houtreserve van de schrijnwerkerij van het museum. In 2004 werden de bobijnen weer uitgerold en er werden ongeveer 700 digitale foto's van gemaakt. Ze werden daarna overgebracht naar een onverwarmde loods van de Genie in Jambes. Nu kan men het panorama digitaal bezichtigen in het bezoekerscentrum onder het standbeeld van Albert I in Nieuwpoort.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
A. Depage



Geregistreerd op: 1-6-2008
Berichten: 2882
Woonplaats: Dendermonde, Oost-Vlaanderen (B)

BerichtGeplaatst: 01 Feb 2015 19:12    Onderwerp: Reageer met quote

Alfred Bastien: 1873-1955

Zijn ontwikkeling als schilder


Alfred Théodore Joseph Bastien werd op 16 september 1873 geboren te Elsene. Hij overleed op 81-jarige leeftijd op 7 januari 1955 te Ukkel, eveneens gelegen in het Brusselse. Bastien was een Belgische postimpressionistische schilder van landschappen, portretten en stillevens. Zijn bekendste werk is het panoramisch schilderij "Het Panorama van de IJzer".

Alfred Bastien studeerde vanaf 1891 aan de Brusselse Academie en manifesteerde zich daarna op de Parijse Salons. Hij ontwikkelde in de loop der jaren een voorliefde voor de ‘echte schilderkunst’ die zich afzette tegen de ‘dode schilderkunst’ waartoe hij en zijn medestanders het impressionisme en het pointillisme rekenden. Bastien bezocht na 1897 o.a. Spanje en Algerije en ontwikkelde daar zijn voorliefde voor het gebruik van warme kleuren en oriëntaalse onderwerpen.

In 1911 kreeg Alfred Bastien opdracht een panorama van Congo te schilderen. Het reusachtige doek (13 meter hoog – 115 meter lang – oppervlakte 1.500 vierkante meter doek) werd tentoongesteld op de wereldtentoonstelling te Gent in 1913, waarbij het Belgische thema betrekking had op het welslagen van het Belgische kolonialisme.


Eerste Wereldoorlog

Toen de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914 uitbrak werd ook Bastien, als artillerist bij de Brusselse Burgerwacht, opgeroepen. Hij trok met de Belgische troepen mee tot Gent tot 13 oktober 1914 toen de Burgerwacht officieel ontbonden werd. Terugkeer naar Brussel was onmogelijk omdat deze stad inmiddels door de Duitse troepen was bezet. Bastien vluchtte vervolgens naar Engeland waar veel meer Belgische kunstenaars verbleven. In die periode ontstonden ook de eerste plannen om een panorama van de oorlogsgebeurtenissen te schilderen.

Als 42-jarige oorlogsvrijwilliger nam Alfred Bastien in 1915 weer dienst bij het Belgische leger waar hij o.a. werk vond bij de topografische dienst. Andere kunstenaars werden ingezet bij de camouflagesector waar ze kanonnen in schutkleuren moesten beschilderen. Bastien raakte in 1915 gewond aan zijn rechterarm; pas in 1916 was hij weer zover hersteld dat hij terug kon keren naar het front.




Section artistique de l’Armée

In mei 1916 werd een Section artistique de l’Armée opgericht, waarvan een aantal bekende Belgische kunstenaars, onder wie Alfred Bastien, deel uitmaakten. Het doel van deze sectie was de oorlog te documenteren voor het nageslacht waarbij deze zogenoemde frontschilders in alle vrijheid hun werk konden verrichten.

Tijdens de oorlog nam Bastien deel aan verschillende tentoonstellingen. Koningin Elizabeth kocht meerdere van zijn werken; het gevolg was dat Bastien in 1917 een portret schilderde van koning Albert I en gedurende de rest van zijn leven contact bleef houden met het Belgische koningshuis.


Asiles des soldats invalides belges

Bastien was tijdens de oorlog één van de medewerkers van de Asiles des soldats invalides belges. Deze organisatie stelde zich ten doel geld bijeen te brengen voor het oprichten van tehuizen en kolonies van Belgische invalide soldaten. Andere medewerkende frontkunstenaars waren o.a. Henri Anspach, M. Wagemans, André Lynen, P. Paulus, M. Sterckmans en James Thiriar. Zij stelden hun tekeningen en schilderijen beschikbaar om gereproduceerd te worden; de opbrengsten hiervan waren bestemd voor het goede doel.






In 1917 werd Alfred Bastien gedetacheerd bij het Canadese leger, waarvoor hij schilderijen maakte van gevechten en gevechtssituaties van Canadese troepen o.a. bij Arras en Passchendaele.






Na de wapenstilstand was Bastien een van de weinige frontschilders die na 1918 nog oorlogsthema’s schilderde waarvoor hij o.a. van het Koninklijk Legermuseum een aantal opdrachten ontving. In deze periode werden ook de plannen gerealiseerd voor het IJzerpanorama waarvoor Bastien al tijdens de oorlog schetsen had gemaakt en documentatie had verzameld. Het IJzerpanorama is afgebeeld aan de hand van reproducties van ansichtkaarten, die in mapjes werden verkocht als souvenir tijdens de tentoonstellingen in Brussel en Oostende.


Carrière na de Eerste Wereldoorlog

In 1928 werd Bastien benoemd tot directeur van de Brusselse Academie; deze functie zou hij tot 1945 uitoefenen. In 1937 schilderde Bastien zijn laatste panorama dat de Slag aan de Maas in 1914 voorstelde. Het doek was 8.50 meter hoog en 72 meter lang en was opgehangen in de citadel van Namen. Hier waren ook nog twee grote oorlogsschilderijen te zien: een met als voorstelling de slag rond het fort Douaumont (Slag bij Verdun 1916) en een met een voorstelling van de moordpartij begaan door de Duitsers op weerloze Belgische burgers te Dinant bij het begin van de oorlog in 1914. Tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog werd het panoramadoek ernstig beschadigd en het schilderij van de moordpartij te Dinant volledig vernield.
Na de oorlog werd het panorama aan het Legermuseum te Brussel overgedragen. Het werd daar voor restauratiewerkzaamheden tijdelijk opgehangen en daarna opgerold. De verblijfplaats is thans onbekend. Het schilderij De slag bij fort Douaumont is nog steeds aanwezig in het Legermuseum.

Na de Tweede Wereldoorlog werd Bastien lid van de communistische partij en had gedurende korte tijd zitting in de Senaat. Vanaf 1952 was hij directeur van de Koninklijke Academie. Hij publiceerde en exposeerde na de oorlog nog regelmatig. In 1954 werd Bastien grootofficier in de Kroonorde. Hij overleed op 7 juni 1955.


Bastien enkele jaren voor zijn dood (portret op 77-jarige leeftijd).


In Memoriam


De gedenkplaat hangt aan de gevel van de Pieter Deswartelaan nr. 37, ten Z van de sluizen, op ca. 500m ten NO van de OLV-kerk van Nieuwpoort, in een bebouwde omgeving.
Deze gedenkplaat herinnert aan de locatie van de schuilplaats van kunstschilder Bastien, die behoorde tot de Compagnie 'Sapeurs-Pontonniers'. De gedenkplaat werd onthuld op 1 september 1957, tesamen met de andere gedenkplaten voor de 'Sapeurs-Pontonniers', die her en der in de stad Nieuwpoort opgehangen werden. De compagnie 'Sapeurs-Pontonniers' werd opgericht op 2 september 1915. Zij stond in voor het onderhoud van de sluizen en de hydraulische inrichtingen van het Belgische front.


Bronnen:
- http://www.wereldoorlog1418.nl/ijzerpanorama/levensloop.html
- http://nl.wikipedia.org/wiki/Alfred_Bastien
- http://wereldoorlog1418.nl/ijzerpanorama/index.html
- https://inventaris.onroerenderfgoed.be/woi/relict/1134

Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail
A. Depage



Geregistreerd op: 1-6-2008
Berichten: 2882
Woonplaats: Dendermonde, Oost-Vlaanderen (B)

BerichtGeplaatst: 01 Feb 2015 19:34    Onderwerp: Reageer met quote

Het Ijzerpanorama van Alfred Bastien

Al in 1914 werden er plannen gemaakt om een groot oorlogspanorama te schilderen. Pas na de wapenstilstand in november 1918 werd het werk ter hand genomen. In 1921 was het enorme doek (14 meter hoog en 115 meter lang) gereed, het meesterwerk van Bastien. Tot 1926 werd het tentoongesteld in Brussel. Daarna verhuisde het IJzerpanorama naar een nieuw panoramagebouw in Oostende.

In 1950 werd het doek, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd was geraakt, overgedragen aan het Legermuseum te Brussel. Daar werd het provisorisch gerestaureerd en was het tot in 1980 te zien. Het ligt nu opgeborgen in het depot van het museum. Gebleken is dat restauratie en passende nieuwe huisvesting thans onbetaalbaar zijn geworden. Gevreesd moet dan ook worden dat het IJzerpanorama nooit meer te zien zal zijn.

Alle onderstaande taferelen moet je eigenlijk naast elkaar leggen, zie de link hieronder. Als je het zo ziet, is het echt wel indrukwekkend te noemen!

http://wereldoorlog1418.nl/ijzerpanorama/panoramadoek.htm


Fragment 1 - Sint Maartenskathedraal in Ieper - colonne Duitse krijgsgevangenen

De Sint Maartenskathedraal in Ieper (links) is hier weergegeven omdat er een aansluiting moet zijn met fragment 8. Strikt genomen is het IJzerpanorama geen panorama. De voorstelling kan immers in werkelijkheid niet uit één centraal punt in een volledige cirkel Nieuwpoort en Ieper met elkaar verbinden. Eigenlijk begint het doek met een colonne Duitse krijgsgevangenen in de duinen van Nieuwpoort. Die gevangenen worden begeleid door enkele Franse (Marokkaanse) Spahi's. In de duinen ligt een Duits vliegtuig dat is neergestort. Aan de horizon liggen De Panne en Kokzijde.




Fragment 2 - De duinen van Nieuwpoort en een Belgische ambulance

Bij een kapotgeschoten tramstation is een verbandplaats ingericht. Belgische en Franse gewonden worden binnengebracht met ambulancekarren en krijgen eerste hulp in de open lucht. Voor dit gebouwtje is koningin Elisabeth afgebeeld die vergezeld wordt door twee officieren.




Fragment 3 - De monding van de rivier de IJzer

Hier zien we wrakken en kapotgeschoten havenwerktuigen waardoor de verwoestingen worden gesymboliseerd. Bij een achtergelaten ambulancekar liggen twee dode paarden in een plas bloed. Aan de voorzijde (de linkeroever van de IJzer) liggen de eerste loopgraven haastig ingerichte loopgraven met een borstwering die bestaat uit zandzakken. Ze worden bemand door Franse soldaten van de 42ste Infanterie Regiment. Belgische gewonden keren via de passerelle Mantel terug van. de strijd rond Lombardzijde. Deze passerelle (een smalle houten loopbrug) verbindt de linker- met de rechteroever en is één van drie toegangen tot het bruggenhoofd, dat de Belgische en Franse troepen in oktober en november 1914 hadden uitgebouwd op de rechteroever van de IJzer. In de duinen van Lombardzijde staan deze troepen tegenover de Duitsers.




Fragment 4 - De sluizen van Nieuwpoort en de aankomst van Franse troepen

Dit fragment is (samen met fragment 5) een van de hoofdelementen van het panorama. Ze tonen de gevechten rond de sluizen van Nieuwpoort. Deze sluizen bleken van groot belang voor de Geallieerden, omdat van daaruit de polders onder water werden gezet.




Fragment 5 - De bruggen van Nieuwpoort

Centraal op dit fragment staat een groot wit gebouw, dicht bij de brug over de IJzer. Belgische infanteristen trekken op over de brug. Er zijn twee batterijen met 75mm-kanonnen afgebeeld. Een staat nog te vuren - de andere trekt zich terug. Rechts-midden, langs de rivier, komen Franse troepen van de 81-ste Territoriale Divisie aangemarcheerd. Het brandende huis is het Cabaret Lobbestal.




Fragment 6 - Tervaete: de overstroomde polder

Dit fragment laat de strijd om de Tervaetebocht zien. In de nacht van 21 op 22 oktober 1914 slaagden de Duitsers erin een noodbrug over de IJzer aan te leggen. De dagen daarna werd hier verwoed slag geleverd door de Belgische soldaten van het 2de en 4de Linieregiment. De situatie werd gered door de beginnende overstroming (= inundatie) van de polder. Belgische infanteristen begeven zich naar de strijd. Op de voorgrond staan twee Algerijnse tirailleurs (met rode muts), die deel uitmaken van de Franse koloniale troepen.




Fragment 7 - De IJzer en de meelmolen te Diksmuide

In dit fragment staan centraal de puinhopen van de meelfabriek in Diksmuide (de bekende Minoterie) aan de overkant van de IJzer. De loopgraven zijn bezet door Belgische infanteristen en Senegalezen. Het zijn op dit fragment vooral de Franse fusiliers marins die hier, links van de boerderij, worden getoond. Zij boden rond Diksmuide heroïsch tegenstand tegen de oprukkende Duitsers. Zij zijn herkenbaar aan hun ronde marinemuts met de rode pompon.




Fragment 8 - De brand van de Hallen op de Grote Markt van Ieper

Het laatste fragment toont een indrukwekkende beeld van de Grote Markt van Ieper dat gedomineerd wordt door de brandende Hallen en de St.-Maartenskathedraal, zoals zij op 22 november 1914 verwoest werden door de Duitse artillerie. Over de markt trekt een Britse artilleriecolonne naar het front. Tussen de puinhopen is een eerste hulppost ingericht.
De burgerbevolking is samengestroomd om de stad te ontvluchten. Twee ossen staan bij het dode lichaam van hun begeleider. De weergave van de brand en de donkere rookwolken zijn zeer dramatisch. De weerschijn van de vlammen op de natte vlakte van de Grote Markt verhoogt het effect. Het voorplan versterkt ook nog de indruk van verwoesting. Via een enorme hoop balken en puin wordt dit fragment weer verbonden met fragment 1, de duinenscène waarmee het panorama begon.




Bronnen:
- http://wereldoorlog1418.nl/ijzerpanorama/index.html
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail
A. Depage



Geregistreerd op: 1-6-2008
Berichten: 2882
Woonplaats: Dendermonde, Oost-Vlaanderen (B)

BerichtGeplaatst: 09 Feb 2015 18:24    Onderwerp: Reageer met quote

Léon Huygens: 1876 – 1919




Léon werd in 1876 geboren te Oudergem bij Brussel. Hij overleed op 43-jarige leeftijd in 1919 te Parijs. Léon Huygens volgde opleiding aan de Académie Royale des Beaux-Arts de Bruxelles en was gespecialiseerd in landschappen, onder meer van het Zoniënwoud en Nieuwpoort. Hij werd erkend als opkomend talent en kreeg in 1913 een tentoonstelling bij de Cercle Artistique et Littéraire.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd hij vrijwilliger bij het Belgische leger. In mei 1916 richtte hij samen met Alfred Bastien de Section Artistique de l'Armée Belge op. Dit initiatief werd gesteund door koning Albert en koningin Elisabeth en telde 26 artiesten. Hun opdracht was de oorlog en het leven aan het front in beeld te brengen. Léon Huygens kreeg net als Alfred Bastien, Maurice Wagemans en André Lynen een onderkomen in Nieuwpoort en werden daar onder toezicht geplaatst van de compagnie van Sapeurs-pontonniers. In de kelder van een nabije woning richtten ze hun atelier in: la cave of la cagna. Voor het tijdschrift Les Annales schreef Huygens een verslag over de sfeer in die tijd. Voor de oorlog had Huygens al een atelier in Nieuwpoort.




bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/L%C3%A9on_Huygens
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Kunst Tijden zijn in GMT + 1 uur
Pagina 1 van 1

 
Ga naar:  
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
Je mag geen reacties plaatsen
Je mag je berichten niet bewerken
Je mag je berichten niet verwijderen
Ja mag niet stemmen in polls


Powered by phpBB © 2001, 2002 phpBB Group