Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index Forum Eerste Wereldoorlog
Hét WO1-forum voor Nederland en Vlaanderen
 
 FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   WikiWiki   RegistreerRegistreer 
 ProfielProfiel   Log in om je privé berichten te bekijkenLog in om je privé berichten te bekijken   InloggenInloggen   Actieve TopicsActieve Topics 

Nieuwsbrief SSEW augustus 2007

 
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Nederland tijdens WO1 Actieve Topics
Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
Yvonne
Admin


Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 45653

BerichtGeplaatst: 16 Aug 2007 20:28    Onderwerp: Reageer met quote

Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog






Nummer 17
Augustus 2007


DE STICHTING STUDIECENTRUM EERSTE WERELDOORLOG, IS OPGERICHT OP 1 JANUARI 2002 MET HET DOEL DE ACHTERSTAND IN KENNIS OVER DE EERSTE WERELDOORLOG IN NEDERLAND TE VERKLEINEN. ZE TRACHT DIT TE BEREIKEN DOOR HET DOEN UITGEVEN VAN JAARBOEKEN, HET ORGANISEREN VAN STUDIEDAGEN, CONGRESSEN EN LEZINGEN, HET BESCHIKBAAR STELLEN VAN RESEARCHFACILITEITEN, HET VERSTREKKEN VAN INFORMATIE VIA HAAR WEBSITE, HET ORGANISEREN OF DOEN ORGANISEREN VAN BEZOEKEN AAN DE SLAGVELDEN VAN HET WESTELIJK FRONT EN HET BESCHIKBAAR STELLEN VAN PUBLICATIERUIMTE AAN AUTEURS MIDDELS DE JAARBOEKEN OF OP HAAR WEBSITE.

DE STICHTING STUDIECENTRUM EERSTE WERELDOORLOG IS GEEN VERENIGING EN KENT GEEN LEDEN. WEL KUNNEN BELANGSTELLENDEN DONATEUR WORDEN OM DAARMEDE HET WERK VAN DE STICHTING TE STEUNEN. DONATEURS KRIJGEN KORTING OP DE AANSCHAF VAN DE JAARBOEKEN.


Bestuur van de Stichting
• J.H.J. Andriessen (voorzitter)
• Drs. T.P. Sas (secretaris)
• Lkol. b.d. H. van der Zande (penningmeester)
• Drs. P. Pierik (lid) Raad van Advies van de Stichting
• Luitenant-generaal b.d. Prof. W. Loos
• Prof. Dr. P. Romijn (UVA en NIOD)
• Dr. M. Kraaijestein (Erasmus Universiteit)

Redactie nieuwsbrief
J.H.J. Andriessen en ir. E.R.J. Wils.
Vertalingen: S. Lichtenbelt. Contactpersoon in America
‘Prof. of History’ H. van Tuyll (Augusta State University).


Volgende nieuwsbrief
De volgende nieuwsbrief zal in de maand december van dit jaar verschijnen.

Inhoud

Inhoud 3
1. Nieuws van de Stichting 4
1.1. Donaties 2007 4
1.2. De Grote Oorlog, Kronieken 1914-1918 4
1.3. Commissie simulatie proces Wilhelm II 4
1.4. Raad van Advies en Bestuur 4
2. Conferenties 4
2.1. Studiedag Stichting op 21 september 4
2.2. Nascholings- en verdiepingconferentie op 16 en 17 november 5
3. Studiereizen 6
3.1. Studiereis naar België op 5 en 6 mei 2007 6
3.2. Studiereis naar Arras in 2008 7
4. Boeken 7
4.1. De andere waarheid. 7
4.2. De Armeense genocide. Een reconstructie. 8
4.3. We zullen ze krijgen - Brancardiers aan het IJzerfront 1914-1918. 8
4.4. Verstild en Versteend. Relicten van de Eerste Wereldoorlog. 9
4.5. Van Oranje Stadhouders tot IJzeren Kanselier. 9
4.6. De Keizerslag. De Duitse offensieven van 1918. 10
4.7. 1917. Ruslands revolutiejaar. 10
4.8. De Derde Slag bij Ieper. 1917. 10
4.9. Passendale. Slagveld van Wereldoorlog I. 11
4.10. De grote oorlogen. 11
4.11. De evolutie van de oorlog. Van de Marne tot Irak. 12
4.12. Binnenkort te verschijnen boeken 12
5. Nieuws van het front 13
5.1. Oorlogsveteranen 13
5.2. Locaties 14
5.2.1. Tentoonstelling over Belgische vluchtelingen in Roosendaal 14
5.2.2. Britse koningin eert helden 1917 in Ieper 15
6. Wetenswaardigheden 15
6.1. Siegfried Sassoons Military Cross 15
6.2. De ‘tunnellers’ bij Ieper 16
6.3. Kleinzoon vindt kladschrift over oorlog '14-'18 17
6.4. Het OPCW-monument voor slachtoffers van chemische wapens 17
6.5. Historische parallellen met de Eerste Wereldoorlog 19
7. Stelling ter discussie: Is geschiedenis wetenschap? 19
7.1. Reactie van dr. Leo van Bergen, Oosterhout 19
7.2. Reactie van Hans van Hooff, Heemskerk 21
7.3. Reactie van dr. Arthur Stam, Zeist 21

1. Nieuws van de Stichting
1.1. Donaties 2007
Mogen wij u nogmaals helpen herinneren aan uw donatie voor dit jaar? Er zijn een aantal donateurs die hun donatie voor dit jaar nog niet hebben gestort maar ook niet hebben aangegeven dat zij hun donateurschap wensen te beëindigen. Wij doen een dringend beroep op hen om de donatie zo spoedig mogelijk te storten of te melden dat ze het donateurschap opzeggen. Het behoeft geen betoog dat, teneinde onze activiteiten te kunnen voortzetten, uw donatie voor de Stichting onontbeerlijk is.

1.2. De Grote Oorlog, Kronieken 1914-1918
Er is enige vertraging opgetreden bij het drukken van kroniek nr. 13 waardoor ook de kronieken nrs. 14 en 15 vertraagd zijn. Zij zullen echter beschikbaar zijn tijdens de studiedag op 21 september a.s. Zoals aangekondigd zal dan ook kroniek nr. 15 worden gepresenteerd.

1.3. Commissie simulatie proces Wilhelm II
In de vorige Nieuwsbrief van april dit jaar werd medegedeeld dat er een commissie is gevormd die zich zal gaan bezig houden met de vraag of keizer Wilhelm II, indien hij in 1919 aan de geallieerden zou zijn overgeleverd, ook inderdaad berecht zou zijn en indien dit zou zijn gebeurd, of hij dan inderdaad veroordeeld zou zijn. Aangezien dit proces nimmer heeft plaats gevonden omdat Nederland weigerde de keizer uit te leveren, zal worden bestudeerd of een eventuele veroordeling ook, naar de normen van die tijd, rechtsgeldig zou zijn geweest en of de keizer überhaupt veroordeeld zou zijn.
Er is een agendacommissie gevormd die zich bezig zal houden met het opstellen van de agenda voor de eerste bijeenkomst van de commissie in oktober van dit jaar en natuurlijk houden wij u op de hoogte.

1.4. Raad van Advies en Bestuur
Dr. Martin Kraaijestein, docent aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam, lid van de Raad van Advies en medeorganisator van de studiedagen, gaat in september met pensioen. Wij willen hem op deze plaats van harte dank zeggen voor zijn jarenlange inzet bij de Raad van Advies en vooral voor zijn hulp en adviezen bij het organiseren van de jaarlijkse studiedag. Dr. Kraaijestein verlaat de Raad van Advies en heeft zich bereid verklaard toe te treden tot het bestuur van de Stichting. Gelukkig hebben wij Prof. dr. H. Klemann, hoogleraar aan de Erasmus Universiteit, bereid gevonden de plaats van Dr. Kraaijestein in te nemen. Hij zal toetreden tot de Raad van Advies en ons verder behulpzaam zijn bij de organisatie van de studiedagen die vooralsnog aan de Erasmus Universiteit blijven plaatsvinden. Wij heten Prof. dr. Klemann van harte welkom.

2. Conferenties
2.1. Studiedag Stichting op 21 september
Op 21 september 2007 organiseert de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog in samenwerking met de Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen van de Erasmus Universiteit te Rotterdam wederom de jaarlijkse studiedag.
Het programma van die dag luidt:

ZAAL: M1-19, Athenezaal in het M gebouw.

08.30-10.10 uur: Ontvangst en inschrijving.
10.10-10.15 uur: Welkomstwoord door dagvoorzitter Prof. dr. H. Klemann.
10.15-10.25 uur: Inleiding door Hans Andriessen, voorzitter Stichting.
10.25-11.10 uur: Lezing door Drs. R. Ter Sluis: De keuze van de keizer, Wilhelm II en
zijn vertrek naar Doorn.
11.10-11.55 uur: Lezing door Dr. P. Schulten: De strijd te Gallipoli 1915.
11.55-12.10 uur: Koffiepauze.
12.10-12.55 uur: Lezing door Prof. dr. W. Klinkert: Aanvalsdoel Zeeland. De Britse
plannen voor een landing op de Zeeuwse kust 1914-1918.
12.55-13.45 uur: Lunchpauze (voor eigen rekening).
13.55-14.35 uur: Lezing door Drs. H. Steenvoorden: ‘Een groep gewetenloze schurken’.
Geallieerde en Duitse propaganda in de Eerste Wereldoorlog.
14.35-15.20 uur: Lezing door Drs. F. Bostyn: Dugouts; leven onder de hel van
Passendale.
15.20-16.10 uur: Uitreiking scriptieprijs 2007, juryrapport door Prof. dr. P. Romijn.
16.15 uur: Presentatie jaarboek.
Na afloop borrel.

Op de website van de Stichting (www.ssew.nl) staat een samenvatting van de lezingen.

U kunt voor deze studiedag op de volgende manieren inschrijven door:
• Storting van € 20,- (studenten met opgave van studienummer, € 10) onder vermelding van ‘Studiedag’ met naam en adres, op rekening 336468210 van de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog.
• Per e-mail aan de secretaris van de Stichting, de heer drs. T.P. Sas (t.p.sas@zonnet.nl) met vermelding van uw naam en adres en de toevoeging ‘Studiedag, betaling aan de zaal.’
• Schriftelijk aan de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog, Molenbuurt 15, 1921 CS Akersloot.

Attentie
Gezien de te verwachte grote belangstelling voor deze studiedag dient u bij betaling aan de zaal rekening te houden met de mogelijkheid dat de studiedag al is volgeboekt. Om teleurstelling te voorkomen adviseren wij u dan ook het toegangsbedrag zo spoedig mogelijk te storten zodat uw deelname gegarandeerd kan worden. Mocht er van overboeking sprake zijn dan zullen wij het bedrag op uw rekening terugstorten en u terzake informeren.

Voor meer informatie: per e-mail: 170137@quicknet.nl, tel: 0251-310159 (J.H.J. Andriessen) of t.p.sas@zonnet.nl (drs. T.P. Sas).

2.2. Nascholings- en verdiepingconferentie op 16 en 17 november
Het St. Bonifatiuscollege te Utrecht organiseert, in samenwerking met het IVLOS, de lerarenopleiding en het Instituut voor Geschiedenis van de Universiteit Utrecht, Het Utrechts Archief en de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog, op vrijdag 16 en zaterdag 17 november 2007 een conferentie met als thema de Eerste Wereldoorlog en nodigt u hiervoor uit. Het is een nascholings- en verdiepingconferentie bij het onderdeel Eerste Wereldoorlog van het eindexamen geschiedenis voor havo en vwo in 2008 en 2009.
De conferentie wordt aangeboden aan de docenten geschiedenis van middelbare scholen, maar ook aan hen die met hun lesprogramma en in hun lespraktijk te maken hebben met de Eerste Wereldoorlog, zoals literatuur en CKV. Daarnaast is deze conferentie toegankelijk voor iedereen die geïnteresseerd is in de Eerste Wereldoorlog.

De conferentie zal bestaan uit een aantal lezingen afgewisseld met workshops. De volgende lezingen zullen worden gehouden:
• Dr. P. Moeyes: ‘Nederland neutraal. Tussen twee vuren …’
• Dr. J. van Oudheusden: ‘Ten Oorlog: kansen en knelpunten’.
• J.H.J. Andriessen: ‘De invloed van de Britse blokkade en de Duitse duikbootoorlog op de neutraliteitshandhaving door Nederland’.
• Dr. L. van Bergen: ‘Somme 1916-2006’.
• Dr. W. Klinkert: Het Nederlandse leger.
• Dr. M. Kraaijesteijn: De Amerikaanse deelname aan de oorlog en de rol van de Nederlanders.
• Drs. M. Willemsen: Vuurwapens tijdens de Eerste Wereldoorlog.
• Dr. P. Pierik: Erich Ludendorff en de overwinning van de slag bij Tannenberg en de implicaties hiervan voor de Eerste Wereldoorlog.
• Drs. J. van Hoof: De Waterlinie en de forten.
• Drs. M. van Hattem: ‘La Belle Epoque Militaire 1795 -1914’.

Zie voor het volledige programma van de twee dagen de websites:
• http://www.boni.nl/conferentie/programma16november.pdf.
• http://www.boni.nl/conferentie/programma17november.pdf.

3. Studiereizen
3.1. Studiereis naar België op 5 en 6 mei 2007

Onder toeziend oog van een versteende Belgische soldaat (linksboven) verzamelde de groep deelnemers aan de studiereis zich bij de toegangspoort van het Fort de Loncin bij Luik.


De studiereis 2007, met als thema de inval in België in 1914, voerde van de Belgisch-Duitse grens bij Moresnet naar het Legermuseum in Brussel. Aan deze tweedaagse reis werd deelgenomen door 39 personen. Hoogtepunten van de reis waren het bezoek aan het Fort de Loncin bij Luik o.l.v. de gids Joop Peeters, auteur van het boek België 1914, en het bezoek aan het voormalige slagveld en museum ‘De Slag der Zilveren Helmen’ in Halen o.l.v. de gids Julien Stroobants, beheerder van het museum. Zoals gebruikelijk werd aan deze reis veel voorbereidend werk besteed qua logistiek en lezingen. Alle deelnemers ontvingen een uitvoerig documentatiepakket over de gebeurtenissen op de bezochte locaties. De deelnemers waren zeer tevreden over de kwaliteit en inhoud van deze studiereis waarbij er naar gestreefd wordt om geschiedenis en militaire activiteiten zo uitgebreid mogelijk te behandelen.

3.2. Studiereis naar Arras in 2008
Het bestuur van de Stichting heeft besloten, mits er voldoende belangstelling is, eind september of begin oktober 2008 een studiereis naar het gebied rond Arras te organiseren. Daarbij zal aandacht worden besteed aan de Franse gevechten in 1915 en de Brits-Canadese gevechten in het voorjaar van 1917. Het Canadese monument op Vimy Ridge is ter gelegen-heid van de negentigste verjaardag van de slag gerestaureerd en zal tijdens de studie-reis in volle glorie te bezichtigen zijn.


4. Boeken
In de afgelopen periode zijn er weer een aantal nieuwe boeken verschenen over de Eerste Wereldoorlog en over gebeurtenissen die speelden tijdens of rond deze oorlog. In onderstaand overzicht ligt het accent op de Nederlandstalige boeken die momenteel verkrijgbaar zijn in de boekenhandel.
4.1. De andere waarheid.
Een andere visie op het ontstaan van de Eerste Wereldoorlog.
Auteur: J.H.J. Andriessen.
Uitgeverij: Aspekt B.V.
402 pagina’s, € 24.95.
ISBN: 9789059114999.

De derde druk van het boek ‘De andere waarheid’ is deze zomer verschenen. De cover en de uitgever zijn veranderd, maar de visies van de auteur op het ontstaan van de Eerste Wereldoorlog en op de door de geallieerde overwinnaars aan Duitsland toegeschreven schuldvraag zijn niet gewijzigd. In de derde druk werden de laatste inzichten uit de recente literatuur verwerkt, het notenapparaat bijgesteld en Britse en Duitse stukken als bijlage toegevoegd. Het boek is op de lijst voor de geschiedenis-examens HAVO/VWO 2008 geplaatst.

4.2. De Armeense genocide. Een reconstructie.
Auteur: Taner Akçam.
Oorspronkelijke titel: A Shameful Act. The Armenian Genocide and the Question of Turkish Responsibility.
Uitgeverij Nieuw Amsterdam.
514 pagina’s, € 32,50.
ISBN: 9789046802250.

De Turkse historicus Taner Akçam (1953) is een voormalig linkse studentenleider en vluchtte na een spectaculaire ontsnapping uit de gevangenis van Ankara naar Duitsland. Hij heeft vele boeken en artikelen geschreven over geschiedenis en sociologie, zowel in het Turks als in het Duits en Engels. Momenteel is hij gasthoogleraar aan de universiteit van Minnesota (VS) en zet hij zich vooral in voor het bespreekbaar maken van de Armeense geschiedenis in Turkije.

Voor dit boek heeft Taner Akçam duizenden en duizenden documenten gelezen. Minutieus is hij op zoek gegaan naar de bewijzen voor de genocide op een miljoen Armeniërs, die plaatsvond in het Ottomaans-Turkse Rijk, ten tijde van het regime van de Jong-Turken (1915-1917). In het grote, aaneengesloten nieuwe Turkse rijk, waarin alleen Turks sprekende volkeren verenigd zouden zijn, was geen plaats voor de christelijke Armeniërs. In februari en maart 1915 werden zo'n 200.000 Armeense militairen ontwapend en onderworpen aan dwangarbeid. Vervolgens werd in de nacht van 24 april de Armeense intelligentsia opgepakt en vermoord. Hierna kwam een enorme deportatiebeweging op gang. Onder het mom van evacuatie en hervestiging werden duizenden Armeense burgers verdreven naar wat nu Syrië en Irak is. Blootgesteld aan zware mishandeling, verkrachting, verbranding, ophanging, verdrinking, uithongering en executie hebben maar weinigen de massale deportatie overleefd.
Taner Akçam, die als eerste Turkse historicus openlijk het woord genocide heeft gebruikt, komt in dit boek tot de conclusie dat de massamoord geen bijproduct van de Eerste Wereldoorlog was, zoals altijd door Turkije is beweerd, maar dat er sprake is geweest van een centraal georganiseerde vervolging en vernietiging van de Armeense minderheid. Tot op de dag van vandaag wordt deze zwarte geschiedenis door Turkije ontkend. En zoals eind vorig jaar bleek kreeg de Nederlandse politiek ook met deze erfenis te maken.

4.3. We zullen ze krijgen - Brancardiers aan het IJzerfront 1914-1918.
Auteur: Inge De Bruyne.
Uitgeverij: Davidsfonds/Leuven.
278 pagina’s, € 24,95.
ISBN: 9789058234411.

Historica Inge De Bruyne bewerkte de memoires van haar Belgische grootvader Valère De Boodt en enkele lotgenoten tot een aangrijpend verhaal. ‘We zullen ze krijgen’ brengt het leven van de brancardiers aan het IJzerfront in beeld. Het boek wordt ingeleid door Piet Chielens, conservator van het Ieperse In Flanders Fields museum.
Valère De Boodt was 19 jaar toen in 1914 de oorlog uitbrak. Als onderwijzer kreeg hij in 1915 een opleiding tot brancardier.
Het grootste deel van het boek bestaat uit dagboekfragmenten, uit de jaren 1917 en 1918, met een lengte van enkele regels tot enkele pagina’s afhankelijk van de gebeurtenissen. Daarnaast bevat het boek persoonlijke brieven, foto’s en landkaarten. Geen geschiedenis in grote lijnen, maar de belevenissen van Belgische soldaten aan het front.

4.4. Verstild en Versteend. Relicten van de Eerste Wereldoorlog.
Auteurs: Wim Degrande en Patrick Goossens.
Uitgeverij: Davidsfonds/Leuven.
208 pagina’s, € 29.95.
ISBN: 9789058264688.

De auteurs hebben vergeten en verwaarloosde overblijfselen uit de Eerste Wereldoorlog, veelal minder bekende Duitse locaties waarvan de teloorgang soms al gestart was, uitgebreid en professioneel op zwart-wit negatief vastgelegd. Daarbij zorgde Wim Degrande voor de beschrijvende tekst (in het Nederlands en in het Engels) en Patrick Goossens voor de prachtige zwart-

wit foto’s. Voor meer duiding en gevoelskracht werden naast de foto’s van hoe de locaties er momenteel uitzien, passende archiefbeelden geplaatst van hoe deze plekken er tijdens de Grote Oorlog uitzagen. Een selectie van hun foto’s is deze zomer tentoongesteld in het In Flanders Fields Museum te Ieper (zie http://www.verstildenversteend.net/).

4.5. Van Oranje Stadhouders tot IJzeren Kanselier.
Een politiek machtsschaakspel dat voorafging aan de ‘Eerste Wereldoorlog’ van 1914-1918. Deel 1 - basisboek (1702-1871).
Auteur: Fré Morel.
Uitgeverij: Papieren Tijger.
255 pagina's, € 19,50.
ISBN: 9789067282062.

Amateur-historicus Fré Morel laat in dit boek zien dat oorlogen vrijwel altijd het bloedige resultaat zijn van een belangenstrijd. Een wereldwijde strijd om politieke, economische en militaire macht die gestreden wordt ten voordele van een kleine machtselite en volledig ten koste komt van de wereldburgers. Oorlogen die als een morbide ketting onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en waarvan de feitelijke oorzaken door de machtige belanghebbers worden weg gelogen.

Morel neemt de lezer mee naar een periode vér voor de ‘Eerste Wereldoorlog’ waar ze kennis kunnen maken met de voorgeschiedenis van die ‘Groote Oorlog’, een mensenslachting op wereldschaal die in 1914 zou losbranden. Meer informatie over dit project kan gevonden op de interactieve website van de auteur (http://www.hemelbestormer.nl/index.php) en via deze site kan met hem over zijn stellingen gediscussieerd worden.
4.6. De Keizerslag. De Duitse offensieven van 1918.
Auteur: Martin Middlebrook.
Uitgeverij: Aspekt B.V.
428 pagina’s, € 27.95.
ISBN: 9789059114302.

De lang verwachte Nederlandse vertaling van de klassieker ‘The Kaiser’s Battle’ van Martin Middlebrook uit 1978 is eindelijk verschenen. Mocht u dit verslag over de 21ste maart 1918, de eerste dag van de Duitse voorjaarsoffensieven, nog niet gelezen hebben, dan kan dit nu in een vertaling van Chretien Breukers. De Keizerslag was de laatste, grootst opgezette Duitse poging om aan het westelijk front een doorbraak te forceren en de overwinning te behalen.

4.7. 1917. Ruslands revolutiejaar.
Auteur: Roy Bainton.
Uitgeverij: Kok.
300 pagina’, € 19,17.
ISBN: 9789059772199.

Roy Bainton omschrijft zichzelf als een amateur-historicus en dit boek is dan ook geen diepgaande historische studie over de Russische revolutie van 1917, maar het verhaal van de gewone man zoals hij dat jaar beleefde. Het gaat niet alleen over het verbijsterende lef van de revolutionaire politici, maar vooral over de aangrijpende verhalen van de gewone man en zijn mening over de leiders als Lenin en Trotsky.

4.8. De Derde Slag bij Ieper. 1917.
Auteur: Koen Koch.
Uitgeverij: Ambo/Manteau
285 pagina’s, € 19,95.
ISBN: 9789026320781.

De Derde Slag bij Ieper, ook wel genoemd de slag om Passendale, is het onderwerp geweest van talrijke Britse militair-historische studies. Net als het jaar daarvoor bij de Somme eindigde deze Britse aanval in de modder met een terreinwinst van slechts enkele kilometers ten koste van enorme verliezen. Een jaar na het verschijnen van zijn boek over de Somme, geeft Koen Koch nu zijn visie op deze slag en uit zich weer kritisch over de Britse bevelhebbers.
Behalve de controversen tussen de Britse generaals wordt ook ingegaan op de gespannen verhouding tussen premier David Lloyd George en Douglas Haig, die maar door bleef gaan met dit hopeloze offensief. Het boek bevat literaire getuigenissen en een beschrijving van een tocht door het voormalige slagveld.

4.9. Passendale. Slagveld van Wereldoorlog I.
Auteur: Peter Barton.
Uitgeverij: Lannoo.
468 pagina’s, € 49,95.
ISBN: 9789020969726.

Na de boeken ‘De Slagvelden van Wereldoorlog I’ en ‘De Somme. Slagveld van Wereldoorlog I’ verscheen ter gelegenheid van de negentig jaar geleden begonnen slag om Passendale het derde boek van militair-historicus Peter Barton.
Het nieuwe boek volgt hetzelfde stramien als de vorige twee. Naast een gedetailleerde beschrijving van de gebeurtenissen in de Ieperboog worden panoramische foto’s van het slagveld, oude en hedendaagse foto’s van de locaties, stafkaarten, tekeningen en getuigenissen gepresenteerd. Daarbij werden niet alleen Britse bronnen, maar ook Duits materiaal gebruikt.

4.10. De grote oorlogen.
De honderdjarige oorlog en de ondergang van het Westen.
Auteur: Niall Ferguson.
Uitgeverij: Contact.
888 pagina's, € 59,90.
ISBN: 9789025409456.

De oorspronkelijke titel van dit in 2006 verschenen boek luidt: ‘The War of the World. History’s age of hatred.’ Het boek is recent in het Nederlands vertaald. Niall Ferguson schreef in 1999 het boek ‘Pity of War’ over de Eerste Wereldoorlog met enkele spraakmakende stellingen. Zo stelde hij onder meer dat Duitsland in 1914 een defensieve oorlog voerde, waarvoor de echte verantwoordelijkheid lag bij het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken en dat een Duitse overwinning in die oorlog een zegen zou zijn geweest voor Europa.

Het boek ‘De grote oorlogen’ was bedoeld als een vervolg op ‘Pity of War’ met het accent op de Tweede Wereldoorlog, maar dat is nu uitgebreid tot de gehele twintigste eeuw. De Nederlandse subtitel ‘honderdjarige oorlog’ is enigszins verwarrend. Ferguson spreekt eerder over een vijftigjarige oorlog beginnend in 1904 met de Japans-Russische oorlog en eindigend in 1953 met de Koreaanse oorlog. Ook is de verwijzing naar de beroemde sciencefiction roman van H.G. Wells, ‘The War of the Worlds’, uit 1898 over de invasie van de marsmannen met hun superieure wapentechnologie in de Nederlandse titel verloren gegaan. Deel I van ‘De grote oorlogen’ getiteld ‘De grote treinramp’ handelt over de periode rond de Eerste Wereldoorlog. De Europese wereldrijken die in dit conflict per trein naar hun ondergang reden. Deel II handelt over het interbellum en Deel III en IV over de periode rond de Tweede Wereldoorlog. In het nawoord getiteld ‘Het verval van het Westen’ komt de tweede helft van de twintigste eeuw aan bod, geen Derde Wereldoorlog maar oorlog in de Derde Wereld. Ferguson wijdt het extreme geweld van de twintigste eeuw aan de volgende drie verschijnselen: etnische conflicten, economische volatiliteit en wereldrijken-in-verval. Het is geen vrolijke visie die Ferguson biedt en men hoeft het ook niet met zijn stellingen eens te zijn. Hij heeft, gesteund door een team onderzoekers van de universiteiten van Harvard en Oxford, opnieuw een boek afgeleverd dat vaak bewondering afdwingt door de manier waarop economische, politieke en financiële elementen worden gecombineerd, dat soms irriteert door zijn hang naar provocatie, maar dat altijd boeit. De verschijning van dit boek in de Engelse taal bracht al de nodige discussie op gang. Zo stelde de filosoof Christophe Andrades van de universiteit van Maastricht het als volgt:‘War of the World: de conceptuele dwaling van Niall Ferguson. Of: waarom historici het debat over de aard van de mens beter kunnen overlaten aan filosofen’ (zie http://www.filosofieblog.nl/?p=50). Of filosofen wel de krachten begrijpen die het grove geweld van twintigste eeuw veroorzaakten is natuurlijk een andere vraag. In H.G. Wells ‘The War of the Worlds’ dreigde de beschaafde menselijke wereld vernietigd te worden door buitenaardse wezens. Volgens Ferguson zijn zij het niet die het grootste gevaar vormen, maar is het de mensheid zelf die er voor zorgt dat we gedoemd zijn om uitgeroeid te worden.

4.11. De evolutie van de oorlog. Van de Marne tot Irak.
Auteur: Martin van Creveld.
Uitgeverij: Het Spectrum.
368 pagina’s, € 29,95.
ISBN: 9789027445506.

Ook het boek van de van origine Nederlandse hoogleraar Martin van Creveld bestrijkt, zoals de subtitel en de foto van de afgebeelde helmen al aangeven, vrijwel de gehele twintigste eeuw. Geen filosofische beschouwingen over de ondergang van de wereld, maar een militair technische kijk op hoe de manier van oorlogvoeren veranderde vanaf de Eerste Wereldoorlog tot op de dag van vandaag.
Hoofdstukken 1 en 2 handelen respectievelijk over het voorspel

tot en het militaire verloop van de Eerste Wereldoorlog. De technologische evolutie van deze oorlog ging naadloos over in de Tweede Wereldoorlog, die eindigde met de atoombom. Daarna bleek technologie niet meer bepalend gezien het falen van modern uitgeruste legereenheden in hun strijd tegen minder georganiseerde en zwakkere strijders, of die nu partizanen, vrijheidsstrijders, opstandelingen of terroristen worden genoemd.

4.12. Binnenkort te verschijnen boeken

Van aantal boeken valt de verschijningsdatum net buiten die van deze Nieuwsbrief, maar dat geeft aan dat er ook in de komende periode voldoende nieuwe boeken over de Eerste Wereldoorlog zullen verschijnen. Aan beide onderstaande boeken zal in de volgende Nieuwsbrief uitgebreider aandacht besteed worden.

In september verschijnt bij uitgeverij Aspekt het interessante boek ‘The train that disappeared into history. The Berlin to Bagdad Railway and how it led to the Great War’, van de hand van onze donateur dr. Katie Somerwil-Ayrton. Hierin beschrijft zij, zoals de titel al aangeeft, de geschiedenis van het grote plan van de spoorweg van Berlijn naar Bagdad.

Eveneens in september verschijnt bij dezelfde uitgever het boek ‘De Frans-Duitse oorlogen’ van dr. F.R.S van Asperen de Boer waarin hij een analyse geeft van de oorzaken en achtergronden van de Frans-Duitse oorlogen van 1870-1871, 1914-1918 en 1940-45.

5. Nieuws van het front
5.1. Oorlogsveteranen
5.1.1. Canadees Percy Dwight Wilson stierf op 106 jarige leeftijd
Percy Dwight Wilson, een 106 jaar oude veteraan uit de Eerste Wereldoorlog, stierf op 9 mei 2007 in het Sunnybrook Health Sciences Centre in Toronto. Er is nu nog slechts een Canadese oorlogsveteraan in leven: John (Jack) Babcock, 106, die woont in Spokane, Washington en in 1940 Amerikaan is geworden. Percy Wilson was slechts 15 jaar oud toen hij op 11 juli 1916 als hoornblazer toetrad tot de 69th Artillery Battery in Toronto. Hij geloofde dat het zijn plicht was om voor zijn land te strijden en loog daarom over zijn leeftijd. In Engeland kwam men er achter dat hij te jong was en werd daarom in 1917 teruggestuurd naar Canada. Hij nam toch weer dienst maar kwam niet verder dan een trainingskamp in Canada en heeft dus nooit aan het westelijk front gevochten. Ook Babcock is nooit verder gekomen dan een trainingskamp in Engeland.

5.1.2. Engelsman Henry Allingham vierde 111de verjaardag
Henry Allingam is de oudste van de drie nog levende veteranen in Groot-Brittannië. Hij vierde op 7 juni 2007 zijn 111de verjaardag aan boord van de HMS Victory tijdens een voor hem georganiseerde ceremonie in Portsmouth, waarbij hoge Britse marineofficieren aanwezig waren. Allingham trad in 1915 toe tot het ‘Royal Navy Air Squadron’ (RNAS) als monteur. Hij vocht in de zeeslag van Jutland in 1916 en later aan het westelijk front als piloot van de RNAS voordat deze werd opgenomen in de RAF in 1918. Zijn onderscheidingen zijn de ‘British War Medal’, de ‘Victory Medal’ en het ‘Legion d’honneur’, de hoogste Franse militaire onderscheiding.

5.1.3. Engelsman Harry Patch vierde 109de verjaardag
Harry Patch, de enige nog levende Engelse veteraan die daadwerkelijk in de loopgraven vocht, vierde op 17 juni 2007 zijn 109de verjaardag in een verzorgingstehuis in Somerset.
Hij diende bij de ‘Duke of Cornwall’s light infantry’ en vocht mee in de derde slag bij Ieper. Hij werd opgeroepen in 1917 en na een paar weken training al ingezet tijdens de bloedige gevechten. ‘Modder, modder en meer modder gemengd met bloed’ is zijn herinnering aan de slag waarbij hij zwaargewond werd en drie goede vrienden verloor door een granaatinslag.
Harry Patch was als de laatste overlevende van de derde slag bij Ieper te gast tijdens de herdenking in juli (zie foto).


5.1.4. Duits-Amerikaanse veteraan William (Wilhelm) Seegers overleden
Op 9 juli 2007 overleed in Richmond in de staat Virginia op 106 jarige leeftijd William Alfred Seegers. Zijn status als oorlogsveteraan was pas kort daarvoor bevestigd. Seegers werd geboren op 24 oktober 1900 in Brinkum in Duitsland. Hij kwam uit een arbeidersgezin en kreeg de naam Wilhelm. Seegers werd als 17 jarige in 1917 opgeroepen in het Duitse leger, maar nam nooit aan de gevechten aan het front deel. Op 15 jarige leeftijd was hij een tuberculose patiënt en in 1918 liep hij ook nog de Spaanse griep op. Tegen de tijd dat hij daar van hersteld was, naderde de oorlog zijn einde. In 1923 vertrok Seegers naar Amerika, werd in 1933 genaturaliseerd en ‘Wilhelm’ werd ‘William’ (of korter Bill).

5.1.5. Amerikaanse Canadees John Babcock vierde 107de verjaardag
John Babcock, Canada’s enige nog levende veteraan vierde op 18 juli zijn 107de verjaardag in Spokane, in de Amerikaanse staat Washington. Babcock werd geboren op 23 juli 1900 op een boerderij in Ontario en nam op 15 jarige leeftijd dienst. Door zijn te jonge leeftijd werd hij opgenomen in het ‘Boy’s Battalion’, deed alleen maar oefeningen en nam niet aan de echte gevechten deel. Hij beschouwde zichzelf daarom nooit als een echte soldaat. In de jaren 1920 verhuisde Babcock naar de Verenigde Staten en naturaliseerde.

5.1.6. Australiër Wiliam (Bill) Young op 107 jarige leeftijd overleden
Bill Young, een van de zes laatste nog levende ‘Tommies’ uit de Eerste Wereldoorlog stierf eind juli op 107 jarige leeftijd in Perth. Drie veteranen - Henry Allingham, Harry Patch en William Stone - leven er momenteel nog in het Verenigd Koninkrijk, de andere twee - Claude Choules en Sydney Lucas - zijn net als Bill Young naar Australië geëmigreerd.
Bill Young nam op 18 jarige leeftijd dienst en diende aan het westelijk front in het Royal Flying Corps als grondoperator voor de draadloze radiocommunicatie. Verkennings-vliegtuigen seinden in morsecode Duitse posities aan hem door die hij vervolgens doorgaf aan de artillerie. In de loopgraven overleefde hij onder meer een ontploffing van een Duitse granaat op drie meter afstand.
Hoewel geboren in Schotland in 1900 ging hij na de oorlog naar Londen, verkreeg een graad in de chemie en begon een fabriek in Borneo. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij gevangen genomen door de Japanners, overleefde die oorlog ook en vertrok naar Perth in Australië.

5.2. Locaties
5.2.1. Tentoonstelling over Belgische vluchtelingen in Roosendaal
ROOSENDAAL - Met kruiwagen, duwkar, fiets, te voet of met de trein trokken ze in oktober 1914 over de grens met Nederland en arriveerden in Roosendaal; duizenden zoniet tienduizenden Belgen op de vlucht voor het bombardement van Antwerpen en op zoek naar een veilige plek in het neutrale Nederland. Vanaf 25 april tot eind augustus laat het gemeentearchief in Roosendaal dit uniek stukje geschiedenis uit de Eerste Wereldoorlog zien in een speciale tentoonstelling. Op de website van het gemeentearchief staat een artikel over dit onderwerp (zie http://www.roosendaal.nl/content.jsp?objectid=16296#vluchtelingen).
‘Wat ervan terecht moet komen, ik weet het niet! Duizenden, ik lieg niet, duizenden vluchtelingen van Antwerpen en omgeving komen met treinen, wagens en te voet Roosendaal binnen. Rijk en arm, alles vlucht naar Nederland’. Dit zijn de woorden van een Roosendaalse handelaar, die de stroom Belgische vluchtelingen na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog gadeslaat en deze woorden opslaat in zijn dagboek.

(Bron: Stadserf van 15 april 2007, Informatierubriek van de gemeente Roosendaal)
5.2.2. Britse koningin eert helden 1917 in Ieper
IEPER Met een kranslegging aan de Menenpoort in Ieper en op het oorlogskerkhof Tyne Cot in Passendale heeft de Britse koningin Elizabeth donderdag de bijna 250 duizend Britse, Australische, Canadese en Nieuw-Zeelandse militairen herdacht die negentig jaar geleden sneuvelden tijdens de Slag om Passendale. De strijd om dat dorpje in de Vlaamse Westhoek, van juli tot november 1917, kostte ook nog eens 217 duizend Duitse soldaten het leven.
Op Tyne Cot, een begraafplaats met 12 duizend graven en tegen de muren de namen van bijna 35 duizend manschappen die nooit zijn teruggevonden na de Eerste Wereldoorlog (1914¬1918), sprak een Britse tiener de aanwezigen toe. ‘Mijn naam is Rupert Forester. Ik ben 18 jaar en er ligt nog een heel leven voor me. Mijn overgrootvader was even oud als ik nu, toen hij naar de oorlog in Vlaanderen trok. Zijn overgrootvader Ronald Moorhouse sneuvelde bij het bestormen van een door de Duitse troepen ingenomen heuvel. Ronalds vader Harry Moorhouse, die als kolonel ook bij de aanval betrokken was, ging onmiddellijk op zoek naar zijn zoon, met de bedoeling hem te begraven. Maar ook hij kwam om het leven. Beide mannen zijn na de ‘Groote Oorlog’ nooit meer teruggevonden.
De Slag om Passendale, een poging van de geallieerde troepen om de Duitsers in het offensief te dwingen, had weinig succes. Honderd dagen zware verliezen brachten amper acht kilometer terreinwinst. Die moest begin 1918 bovendien weer worden prijsgegeven aan de Duitsers.
In Ieper woonde koningin Elizabeth samen met de Belgische koningin Paola de Last Post-ceremonie bij. Die wordt sinds 1928 elke avond om acht uur stipt op klaroenen geblazen door leden van de vrijwillige brandweer. Voor de Britse koningin gebeurde dat gisteren ook 's middags al een keer. De ceremonie wordt gehouden onder de bogen van de immense Menenpoort, aan de rand van het ‘historische’ centrum van Ieper - na de oorlog werd het totaal verwoeste stadje weer steen voor steen opgebouwd. In de poort zijn de namen gebeiteld van 55 duizend soldaten die in de buurt van Ieper zijn gesneuveld. De belangstelling van het publiek viel gisteren wat tegen. Zowel op Tyne Cot als bij de Menenpoort waren een kleine duizend toeschouwers, minder dan het aantal waarop de organisatoren hadden gerekend.

(Bron: de Volkskrant, 13 juli 2007)

6. Wetenswaardigheden
6.1. Siegfried Sassoons Military Cross
De bekende Engelse oorlogsdichter Siegfried Sassoon ontving in 1916 het Military Cross voor dapperheid aan het westelijk front na een actie aan de Somme. In 1917 toen hij in Engeland herstelde van opgelopen verwondingen begon Sassoon te protesteren tegen de oorlog en schreef onder meer een open brief getiteld ‘Manifest van een soldaat’ naar de krant de Times. Zijn Military Cross zou hij in de monding van de rivier de Mersey hebben gegooid. Dit blijkt nu achteraf slechts het lintje te zijn geweest en niet de medaille zelf. Na 90 jaar is de medaille gevonden in een kistje op de zolder van een huis in Mull en zo wordt weer een dramatisch gebaar ontzenuwd. In zijn boek ‘Memoires van een infanterieofficier’ wijzen de volgende zinnen daar al op:
‘… dus scheurde ik het Military Cross van mijn uniformjas en gooide het in de monding van de Mersey. Hoewel dat een veelbetekende daad was, zou het meer overtuigd hebben als het lintje wat zwaarder was geweest. Nu viel het arme lapje stof zwakjes op het water en dreef weg…’. Het metalen kruis zou ongetwijfeld gezonken zijn.
Het teruggevonden Military Cross zal geveild worden bij Christie’s in Londen. Ook Sassoons revolver is teruggevonden en die is aan het Imperial War Museum in Londen overhandigd.
(Bron: diverse Britse websites)

6.2. De ‘tunnellers’ bij Ieper
Op maandag 4 juni 2007 zond de Belgische televisie op VRT/Canvas het programma ‘De mijnenslag van Mesen’ uit handelend over de Britse aanval in juni 1917 op de heuvelrug onder Ieper. Op 7 juni 1917 werden ’s morgens vroeg 19 reusachtige mijnen tot ontploffing gebracht. De kraters zijn nog altijd zichtbaar in het landschap. De mijnexplosies vormden het begin van de voor de Britten succesvol verlopen operatie om de Ieperboog ten zuiden van Ieper recht te trekken. De operaties rond Ieper zouden een maand later vervolgd worden met de slag om Passendale die, zoals bekend, minder succesrijk verliep.
In het TV-programma werd aandacht besteed aan de speciale troepen – de ‘tunnellers’- die de mijngangen rond Ieper groeven. Hun geschiedenis is enkele jaren geleden vastgelegd in een boek van Johan Vandewalle, Peter Doyle & Peter Barton, getiteld ‘Beneath Flanders Fields - The Tunnellers War 1914-1918’. Er is een Nederlandstalige versie getiteld ‘Beneath Flanders Fields - Tunnels en mijnen 1914-18 te bestellen via de IJzertoren in Diksmuide (info@ijzertoren.org). Onderstaande tekst van de website van de auteurs geeft een beschrijving van het boek:
De oorlog van de ‘tunnellers’ blijft nog steeds één van de meest onbegrepen, verkeerd geïnterpreteerde en mysterieuze gevechtsterreinen van de Eerste Wereldoorlog.
Als product van meer dan 25 jaar onderzoek en tevens terreinonderzoek sedert 1992, laat ‘Beneath Flanders Fields’, de ontwikkeling zien van het militaire ondermijnen, leidend naar zijn toepassing in de grootste belegering uit de militaire geschiedenis. In de ‘Ieperse Salient’ werd de geheime ondergrondse strijd er één van constructies, technologie en wetenschap en één van zorgvuldig berekende moord. Dit boek onthult hoe deze strijd, de meest intensieve van alle gevechtsvormen, gevochten en gewonnen werd: in de woorden van de ‘tunnellers’ zelf, door vele niet eerder gepubliceerde foto’s waarvan velen in kleur, maar ook door plattegronden en tekeningen uit die tijd.
Weinigen op de oppervlakte kenden het ontstellend werk van de ‘tunnellers’, maar toch was dit stille en claustrofobische conflict, een barbaarse strijd die bijna twee en een half jaar dag en nacht doorwoedde. Een strijd die een geestelijke en fysieke spanning opleverde, die vaak deze van de infanterie in de loopgraven verre overtrof. Op 7 juni 1917, bij de Messines Ridge, werd de spanning verbroken door het begin van het meest dramatische mijnoffensief uit de geschiedenis.
Na Mesen richtten de ‘tunnellers’ hun aandacht op het bouwen van diepe ‘dugouts’, complexen die tienduizenden manschappen, voor wie het leven aan het oppervlak bijna onmogelijk geworden was, konden huisvesten. Vaak elektrisch verlicht en geventileerd, omvatten ze: hoofdkwartieren, slaapruimtes, keukens, verbandposten, droogkamers, werkplaatsen, opslagruimtes en toegangen tot observatieposten. Honderden werden er gebouwd en dankzij de Vlaamse bodemgesteldheid hebben velen het overleefd. In dit boek zijn deze beelden voor het eerst te zien door nooit eerder gepubliceerd fotomateriaal.
Doch deze indrukwekkende bevroren geschiedenis zijn vergankelijk: vele ‘dugouts’ vervallen en storten in, waardoor ze ernstige problemen aan de oppervlakte voor de huidige Vlamingen opleveren. Zo vormt dit buitengewone werk van de ‘tunnellers’ nu een laatste tastbare erfenis van de Grote Oorlog.

(Bron: http://www.beneathflandersfields.be.)

6.3. Kleinzoon vindt kladschrift over oorlog '14-'18
ROOSENDAAL - Een onverwachte meevaller viel het Roosendaalse gemeentearchief eind vorige week ten deel. De expositie Belgische vluchtelingen in Roosendaal 1914-1918 werd verrijkt met een schenking in bruikleen van de Roosendaler Jac van der Veken. Vijf handgeschreven boekdeeltjes van het dagboek van Van der Vekens opa - die nauwgezet bijhield wat er in Roosendaal in de Eerste Wereldoorlog gebeurde - en een familiefoto van de Van der Vekens vormen opeens een belangrijk bestanddeel van de tentoonstelling, die inmiddels ook in België de krant heeft gehaald.
Jac van der Veken is 61. Hij is geboren na de Tweede Wereldoorlog en heeft dus geen weet van wat zich hier in de Eerste Wereldoorlog afspeelde. Maar hij heeft in het familiearchief de vijf kladboekjes gevonden, waarin zijn grootvader tussen 29 juli 1914 en 28 november 1918 weergaf wat hij meemaakte. Een miljoen vluchtelingen overspoelden Nederland, tienduizenden van hen kwamen in Roosendaal terecht.
De dagboeken zijn na de oorlog in beperkte oplage uitgegeven en te koop aangeboden voor tien cent. Het met pen geschreven manuscript is door Van der Vekens zoon Cees geschonken aan de parochie van Sint Jan. Dat archief is inmiddels in beheer bij het gemeentearchief, die het handschrift tentoonstelde. Van het bestaan van een kladschrift in potlood had echter niemand weet, totdat de ‘jonge’ Jac van der Veken er na lezing van een artikel in deze krant mee op de proppen kwam. Nu is het eveneens in het gemeentearchief tentoongesteld.

(Bron: BN/DeStem, Roosendaal, Donderdag 10 mei 2007)

6.4. Het OPCW-monument voor slachtoffers van chemische wapens
Op 9 mei 2007 onthulde koningin Beatrix een monument voor alle slachtoffers van chemische wapens. Dit aparte monument werd onthuld ter gelegenheid van het feit dat het internationale Chemisch Wapenverdrag tien jaar van kracht is en de ‘Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons’ (OPCW) tien jaar bestaat. Deze organisatie, die de naleving van het Chemisch Wapenverdrag moet controleren, heeft zijn hoofdkwartier aan de Johan de Wittlaan 32 in Den Haag. De Directeur-generaal van het Technische Secretariaat van de OPCW, de heer Rogelio Pfirter, herinnerde in zijn toespraak bij de onthulling uiteraard aan de vele slachtoffers van chemische wapens. Die wapens zijn onder meer ingezet bij het Belgische Ieper tijdens de Eerste Wereldoorlog, tegen de Koerden in Irak onder Saddam Hussein en tegen forenzen in de metro van Tokio in 1995. Dit laatste feit, met een tiental dodelijke slachtoffers, staat natuurlijk in geen verhouding tot het gebeuren op 22 april 1915 bij Ieper of andere fronten tijdens de Eerste Wereldoorlog. Gezien de banden die de OPCW heeft met de stad Ieper, was de burgemeester van die stad aanwezig bij de onthulling van het monument. De Nederlandse regering heeft het kunstwerk cadeau gegeven aan de OPCW en de gemeente Den Haag zal het onderhoud verzorgen.
In de loop van de Eerste Wereldoorlog hebben de meeste soldaten aan het front wel eens aanvallen met chemische wapens - toen veelal aangeduid als gas – meegemaakt. Het aantal gasslachtoffers tijdens deze grote oorlog wordt tussen de 0,5 en 1 miljoen geschat, waarvan ongeveer 90 duizend doden. In geen ander militair conflict dan de Eerste Wereldoorlog werden chemische wapens op een dergelijk grote schaal toegepast. Het monument bij het OPCW-gebouw zou dan ook een monument voor de veteranen uit de Eerste Wereldoorlog moeten zijn, al zijn er weinig van hen nog meer in leven. Verder lijkt de kans klein dat de enkele nog levende veteranen het monument daadwerkelijk zullen zien en mogelijk zullen ze de relatie met de gasoorlog niet begrijpen.
Het OPCW-monument voor de slachtoffers van chemische wapens is geplaatst op de Catsheuvel aan de achterzijde van het OPCW-gebouw bij het hek rond de tuin.
Het monument is gemaakt naar een concept van beeldend kunstenaar Voebe de Gruyter en bestaat uit drie bomen:
1. Een levende boom - een esdoorn - van acht meter hoog die als elke boom groeit door de opname van kooldioxide uit de lucht en zuurstof afgeeft.
2. Een zonnecelboom die licht absorbeert en energie geeft aan een webcam waarmee de levende boom via internet overal te zien is.
3. Een virtuele boom, via de website www.thismeldingtree.org, die dag en nacht het monument zichtbaar maakt en groeit door de sporen van bezoekers.

Belangstellenden bij het OPCW-monument

In de bestrating voor de boom is een tekst aangebracht in de zes talen van de OPCW - Engels, Arabisch, Russisch, Spaans, Frans, Chinees - en ook in het Nederlands. In het Nederlands luidt de tekst: ‘Deze samenstellende boom bevindt zich in vaste toestand, onder het vriespunt. Door lichtdeeltjes uit jouw blik kan hij ontdooien, er deels mee versmelten’. De plek moet troost bieden aan iedereen die begaan is met de slachtoffers van chemische wapens en staat voor hoop en vrede. Volgens de Directeur-generaal Rogelio Pfirter symboliseert het monument het gebruik van de wetenschap ten dienste van mens en natuur in plaats van tegen hen. Tevens staat de levende boom voor ‘onze toewijding aan de bescherming van het milieu’. Een directe relatie met de slachtoffers van chemische wapens ontbreekt en men moet weten dat men bij het OPCW-gebouw staat of eerst de steen in de bestrating lezen, waarop staat waarom het monument geplaatst werd, om dat verband te kunnen leggen.
Bezoekers van over de hele wereld kunnen via internet het monument virtueel bezoeken en aldus de slachtoffers van chemische wapens gedenken. Universaliteit is een belangrijk streven van de OPCW om het chemisch wapen overal de wereld uit te helpen. Dat dit nog altijd niet het geval is bewijzen recente aanvallen met chloor in Irak, iets waar de Directeur-generaal Rogelio Pfirter zijn bezorgdheid over heeft geuit. Hetzelfde chloor waar in april 1915 de chemische oorlogvoering mee is begonnen. Daarom worden lezers van dit artikel aangemoedigd het monument te bezoeken via de website www.thismeldingtree.org. Het Engelse woord ‘melding’ (NL: samenstellend) heeft daarbij in het Nederlands nog een onbedoelde betekenis: U meldt zich aan als herdenker voor de slachtoffers van chemische wapens, waarvan er tijdens de Eerste Wereldoorlog zo velen waren.

(Eric R.J. Wils, zie voor een langere versie de website van de Stichting, www.ssew.nl).

6.5. Historische parallellen met de Eerste Wereldoorlog
‘De geschiedenis herhaalt zich’ is een bekende uitdrukking die opduikt wanneer een actuele gebeurtenis een zekere gelijkenis vertoond met iets dat in het verleden geschiedt is. Welke lessen kunnen uit de geschiedenis worden geleerd? Wanneer conflicten volledig uit de hand dreigen te lopen wordt er dikwijls een vergelijking gemaakt met de situatie in de zomer van 1914 toen als een oncontroleerbare chemische reactie Europa tot ontploffing kwam. De analogie werd in de zomer van 2006 gebruikt om te waarschuwen dat de vijandelijkheden tussen Israël en Hezbollah in Libanon niet uit de hand zouden lopen. De mechanismen zijn bekend. Politieke leiders die een oorlog beginnen die niet direct de overwinning brengt en vervolgens niet kunnen ophouden omdat dit tot groot gezichtsverlies zal leiden. En militaire blunders die verdoezeld moeten worden door grootschalige reacties.
In een recent nummer van het Tijdschrift van de Vereniging van docenten geschiedenis en staatsinrichting in Nederland - Kleio nr. 3, mei 2007- staat een artikel van Marinus van Santen over een onderzoek van een aantal wetenschappers uit 1984 naar de rol die de militaire strategie speelde in de zomer van 1914 en de lessen die hieruit getrokken konden worden tijdens een van de spannende momenten in de Koude Oorlog. Ze lieten zich mogelijk leiden door een uitspraak van Churchill die luidde: ‘Wie niet van de geschiedenis kan leren, is gedoemd die te herhalen.’ Begin jaren 1980 speelde de zaak van de plaatsing van de SS-20 raketten door de Sovjet-Unie en de reactie van de NAVO daarop door kruisraketten te willen gaan installeren in West-Europa. De resultaten van het onderzoek werden gepubliceerd in een boek: ‘Steven E. Miller, Military strategy and the origins of the First World War, an International Security reader, Princeton, 1985.’ Of dat onderzoek iets heeft bijgedragen aan de westerse strategie in de rakettenkwestie is natuurlijk de vraag omdat in 1985 de Sovjet-Unie wezenlijk veranderde onder een nieuwe leider, Michail Gorbatsjov, wiens politiek het einde van de Koude Oorlog inluidde. Het onderzoek heeft in ieder geval weer bijgedragen aan de visies over het ontstaan van de Eerste Wereldoorlog.
Of we werkelijke iets van de geschiedenis kunnen leren is natuurlijk de vraag. Een andere bekende quote luidt: ‘dat we uit de geschiedenis leren dat we niets uit de geschiedenis kunnen leren.’ Dat neemt niet weg dat er altijd historische parallellen zijn te trekken. Een doet zich op dit moment in de Verenigde Staten voor. Wie krijgt de schuld als de oorlog in Irak inderdaad op een nederlaag voor de Amerikanen uitdraait en ze met de staart tussen de benen moeten vertrekken zoals de Democraten voorstellen. Wordt er een nieuwe dolkstootlegende voorbereid door president Bush en zijn Republikeinen om de Democraten de schuld te geven van dit slepende conflict als ze lastig blijven doen in het Capitol?

(Opgesteld door Eric R.J. Wils)

7. Stelling ter discussie: Is geschiedenis wetenschap?
Hieronder een selectie uit de vele reacties welke wij op deze stelling (zie Nieuwsbrief van april 2007) ontvingen.
7.1. Reactie van dr. Leo van Bergen, Oosterhout
Het antwoord op deze vraag is simpel: nee, natuurlijk is geschiedschrijving geen wetenschap, net zomin als geneeskunde, scheikunde of natuurkunde uit zichzelf wetenschappen zijn. Maar: geschiedschrijving kán wel wetenschap zijn, als zij volgens de wetenschappelijke regels der kunst wordt uitgevoerd, net zo goed als geneeskunde, scheikunde en natuurkunde dat dan zijn. Probleem is alleen dat velen bij de vraag of iets een wetenschap is of niet, louter en alleen kijken naar het ridicule criterium van ‘objectief’ versus ‘subjectief’ en dan zou de geschiedschrijving zowel dóór als búiten de mand vallen.
Het is iets wat dus ook de zogenaamde Groep van 60 wil, en wat klaarblijkelijk ook binnen het Studiecentrum Eerste Wereldoorlog wordt gedacht. Dit ook gezien ‘het feit’ dat er wordt gesproken over het interpreteren van ‘feiten’. Maar de geschiedenis kent geen feiten; de geschiedenis kent alleen gegevens en met die gegevens zal de geschiedschrijver het moeten doen. Hooguit kan men zeggen dat sommige van die gegevens zo zeer zijn bewezen dat zij door het overgrote gedeelte van de serieuze geschiedschrijvers als waar worden beschouwd; maar ook dan blijft nog altijd de mogelijkheid van falsificatie open, wat bij ‘feiten’ niet het geval. Een feit is nu eenmaal een feit; onloochenbaar en voor eens en altijd vastliggend.
Ik noemde objectiviteit versus subjectiviteit als criterium voor wetenschap ridicuul. Objectiviteit is namelijk helemaal geen criterium voor de wetenschappelijkheid van een bepaald metier; hooguit zou het stréven daarnaar daarvoor door kunnen gaan. Als namelijk objectiviteit een criterium zou zijn, dan zou wetenschap in het geheel niet bestaan, simpelweg omdat alle wetenschap subjectief is en (mede) wordt gestuurd door zaken die buiten die wetenschap zelf staan zoals heersende maatschappelijke en wetenschappelijke opvattingen; staatsinvloed, of de wensen van subsidiegevers.
Dit wijst er al op dat er veel minder verschil is tussen de zogenaamde subjectieve geschiedschrijving als wetenschap, en de zogenaamde objectieve bèta-(‘meten is weten’)-wetenschappen als natuur- en scheikunde. Nog afgezien daarvan dat er veel is af te dingen op ten eerste de diepgang van ‘meten is weten’-kennis, staat ook daarvan de objectiviteit ter discussie. Natuurlijk wordt geschiedschrijving, ook als zij volgens de regels der kunst wordt uitgevoerd, gedaan door een mens van vlees en bloed, een subject dus dat te allen tijde een eigen bagage meeneemt en nooit volledig blanco aan een onderzoek zal beginnen of ook maar zal kunnen beginnen. Iemand die volledig blanco is, zal immers ook geen problemen kunnen zien en daar vragen bij kunnen stellen, en juist problemen en vragen zijn de oorsprong van alle wetenschap. Inderdaad: van álle wetenschap, dus ook van de natuur- en scheikunde, die dus ook door subjecten worden uitgevoerd, ook uitgaan van premissen (en daarbij nog eens werken in de schijnwereld van het laboratorium waar aan allerlei voorwaarden moet zijn voldaan om een experiment te kunnen laten lukken). Bovendien heeft ook die zogenaamd objectieve wetenschap zeer vaak zaken opgeleverd die achteraf volledig foutief bleken te zijn (denk maar aan de wetenschappelijk bewezen inferioriteit van bepaalde rassen; of aan de kwalijke dampen als oorzaak van ziekte, oh nee: de bacterie; oh nee het virus; oh nee, de genen) dat het eigenlijk een gotspe is waarom de objectiviteit van die wetenschappen zo zelden ter discussie wordt gesteld en die van de alfa-wetenschappen zoals geschiedschrijving zo vaak. Het is ook in het geheel niet voorbehouden aan de geschiedschrijving dat zij de wil van de staat weergeeft of ideologisch gedreven is; denk aan de ontwikkeling van chemische wapens of van de atoombom. Sterker: het zou wel eens zo kunnen zijn dat daardoor de objectiviteit van de bètavakken juist minder is dan die van geschiedschrijving omdat daarbij - ook, nee: júist, door de wetenschappelijke geschiedschrijvers - de subjectiviteit wordt erkend en bij het onderzoek dus meer rekening mee wordt gehouden.
Kort en goed: het is onzinnig om bepaalde ‘kundes’ het stempel ‘wetenschap’ te onthouden, omdat zij niet ‘objectief’ zouden zijn. Waar het bij wetenschap om gaat is het ter discussie stellen, het problematiseren van voorgaande - ook al eens ‘objectief’ vastgestelde en daarmee onwrikbare - zekerheden, en die vervolgens onderzoeken volgens de regels der kunst. De geschiedkundige kunst daarbij is: het maken van een vraagstelling of hypothese; het verzamelen en bestuderen van voor zover mogelijk alle bestaande relevante literatuur; het doorzoeken van voor zover mogelijk alle relevante primaire bronnen; dat alles zodanig in een verhaal gieten dat er een helder antwoord op de vraagstelling of een bevestiging dan wel ontkrachting van de hypothese uit voortkomt, waarbij het daarvoor gebruikte materiaal zodanig wordt verantwoord dat het voor een ieder vrij eenvoudig te controleren moet zijn of de gegeven informatie klopt. Gaat het op een van die zaken fout dan is er geen sprake van wetenschap maar van pseudo-wetenschap (en vaak is het juist die pseudo-wetenschap die zich op ‘objectiviteit’ beroept). Er kan relevante literatuur al dan niet moedwillig over het hoofd zijn gezien; de verantwoording kan falen, maar bovenal: er is alleen gezocht naar bevestiging van de eigen, vooringenomen vraagstelling of hypothese. En juist de geschiedschrijving voortkomend uit dit laatste heeft haar in sommige kringen de naam bezorgd niet-wetenschappelijk te zijn. En inderdaad: díe geschiedschrijving is ook niet wetenschappelijk, maar dat ben ik ook niet als ik met mijn scheikundedoos lukraak allerlei kleurtjes bij elkaar gooi in de hoop dat het ontstane brouwsel ‘boem’ zal zeggen. Maar wordt daarom de scheikunde als geheel onwetenschappelijk genoemd? Natuurlijk niet. En terecht.

7.2. Reactie van Hans van Hooff, Heemskerk
Graag wil ik reageren op de stelling/vraag of geschiedschrijving een wetenschap is?
Een ontkennend antwoord zou kunnen worden ingegeven door de onmogelijkheid om objectiviteit te bereiken omdat de werkelijkheid altijd geïnterpreteerd moet worden. Maar als dat een criterium is, lopen meer ofwel alle wetenschappen gevaar. Natuurlijk op de eerste plaats de geesteswetenschappen: sociologie is in het verleden door verschillende stromingen geclaimd. Psychologie gaat mee met de opvattingen die in de maatschappij leven. In de meer exacte hoek zijn er bijvoorbeeld op medisch gebied heel wat verschillende interpretaties van ziekteverschijnselen met even zoveel behandelwijzen. Het gesteggel over oorzaken, gevolgen en zelfs over bestaan van het broeikaseffect illustreert dat ook in deze hoek de werkelijkheid zich niet spontaan eenduidig aan ons manifesteert.
Maar dat wil niet zeggen dat er geen sprake is van wetenschap. Objectiviteit en objectieve wetenschap bestaan niet. Met objectiviteit wordt vaak bedoeld dat een oude interpretatie wordt verlaten en ingeruild voor een nieuwe, waar natuurlijk helemaal niets mis mee is en natuurlijk zijn er ook gradaties in mate van “gekleurdheid”.
Ik zoek het criterium om te bepalen of iets wetenschappelijk is meer in de richting van de gebruikte methodologie. Mijn reactie ligt dus erg in de lijn van die van Dr. Leo van Bergen die ik overigens na het schrijven van deze reactie las om “objectief” te kunnen reageren.

7.3. Reactie van dr. Arthur Stam, Zeist
Het komt mij voor, dat geschiedschrijving in een democratische rechtstaat doorgaans wel tot de wetenschap kan worden gerekend. Ook daar zullen “pour le besoin de la cause” mythologische proeven van geschiedenis worden geproduceerd. Dankzij de vrijheid van meningsuiting kan er dan een “demasqué” mogelijk zijn dat de tekorten van partijdige verhalen aan de kaak stelt.
Er bestaat evenwel een verraderlijker bedreiging van de objectiviteit, namelijk dat een onderzoeker met narcistische verliefdheid op zijn werkhypothese behept raakt. Dan dreigt hij zijn ‘supporting evidence’ in slagorde te scharen en de weerbarstige feiten te “verdringen”. Verdringing is een onbewust proces en sluit goede trouw dus niet uit.
De objectiviteit wordt ook bedreigd door de tijdgeest en de daarmede gepaard gaande modegolven. Er zijn bijvoorbeeld in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw heel wat studies over het fascisme verschenen, waarin de auteurs via de toenmalige renaissance van het marxisme voor de charmes van het historische materialisme bezweken.
_________________
Met hart en ziel
De enige echte

https://twitter.com/ForumWO1
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Nederland tijdens WO1 Tijden zijn in GMT + 1 uur
Pagina 1 van 1

 
Ga naar:  
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
Je mag geen reacties plaatsen
Je mag je berichten niet bewerken
Je mag je berichten niet verwijderen
Ja mag niet stemmen in polls


Powered by phpBB © 2001, 2002 phpBB Group