/** * */

Mosterdgas

Duitse gasaanval
Enlarge
Duitse gasaanval
Mosterdgas (H) is evenals stikstofmosterdgas (HN), lewesiet (L), mosterdgaslewisietmengsel (HL) en fosgeenoxim (CX) onderdeel van de blaartrekkende strijdmiddelen. De benaming van de blaartrekkende strijdmiddelen spreekt voor zich. De terminologie gas is in dit verband onjuist omdat hier sprake is van vloeistoffen dan wel vaste stoffen. Men onderscheidt drie categorieën, t.w.:

Inhoud

Mosterdgasderivaten

Zwavelmosterdgas wordt kortweg mosterdgas genoemd. Het is mogelijk het zwavelatoom te vervangen door een stikstofatoom, waardoor dan stikstofmosterdgasderivaten ontstaan. Hiervan zijn er verscheidene denkbaar, namelijk met één, twee of drie chloorethylketens. Die met één keten is niet werkzaam en bovendien instabiel. Ook die met twee ketens zijn instabiel, maar hiervan zijn er toch twee als strijdmiddel bekend, t.w. de ethylverbinding (HN-1) en de methylverbinding (HN-2). De trichloorethylverbinding is het meest bekend (code: HN-3) en wanneer men spreekt over stikstofmosterdgas wordt meestal deze verbinding bedoeld.

Arseenverbindingen

Deze categorie stoffen wordt ook wel aangeduid als de arsinen. De meest bekende verbinding is het lewisiet (NAVO-code: L) genoemd naar de chemicus Lewis die deze stof het eerst heeft gesynthetiseerd en op zijn biologische eigenschappen onderzocht.

Gehalogeneerde oximen

De bekendste verbinding is fosgeenoxim (NAVO-code CX) dat als halogeen chloor bevat. Deze gehalogeneerde oximen moeten niet worden verward met de therapeutica tegen zenuwblokkerende strijdmiddelen. De overeenkomst is slechts gelegen in de aanwezigheid van een oximgroep.

Eigenschappen mosterdgasderivaten

Alle mosterdgasderivaten geven huidbeschadigingen zoals erythemen en blaren, en bij inademen beschadiging van de ademhalingswegen. De technische producten zijn geel/bruine olieachtige vloeistoffen, de zuivere verbindingen zijn kleurloos. De oplosbaarheid in water is slecht. Eenmaal in water opgelost, ontleden de mosterdgasderivaten vrij snel in zoutzuur en polyalcoholen. Oxidantia en chlorerende stoffen vernietigen mosterdgasderivaten effectief, maar minder snel dan zenuwblokkerende strijdmiddelen. Huidontsmetting moet geschieden met het persoonlijke ontsmettingsmiddel. Mosterdgasderivaten dringen door een aantal stoffen zoals leer, textiel en rubber heen. Ook kunnen deze strijdmiddelen zich hechten aan vele materialen. Mosterdgasderivaten worden verspreid als aerosol of in druppelvorm. Het is mogelijk deze stoffen te verdikken.

Besmetting

Besmetting via de huid
Enlarge
Besmetting via de huid

Via de huid

Zowel in damp- als druppelvorm kunnen mosterdgasderivaten in de huid doordringen (HN-3 eigenlijk alleen in druppelvorm). De eerste uren na blootstelling merkt het slachtoffer niets, daar de penetratie in de huid pijnloos verloopt. Dit is zeer verraderlijk. In het algemeen kan worden gesteld dat de latente periode 4 tot 8 uur zal duren, variaties van 1 uur tot enkele dagen zijn echter mogelijk. Na de latente periode ontstaan sterk jeukende erythemen, gevolgd door blaarvorming. Gaan de blaren kapot, dan ontstaan soms zeer grote rode wondvlakken. Bij lagere doses, zoals bij blootstelling van de huid aan damp, verdwijnt de jeuk. Na vervelling van de huid verdwijnen vervolgens de lesies. De huid kan nog lange tijd bruin blijven. Bij hoge doses b.v. bij een vloeistofbesmetting verschijnen na 12 tot 48 uren de eerste blaren. Naarmate de latente periode korter duurt zijn de optredende verschijnselen ernstiger. Niet alle huidgebieden zijn even gevoelig voor de inwerking van blaartrekkende strijdmiddelen. Met name die huidgebieden welke rijk zijn aan zweetklieren zijn gevoeliger, b.v. de oksels, de genitaliën, de nek, de billen en de huid van de handrug. Het zijn juist de tengevolge van de huidbeschadigingen optredende infecties die aanleiding kunnen zijn tot een fatale afloop. Blaarvorming kan enige dagen aanhouden. De blaren worden vaak zeer groot en bevatten een heldere lichtgele vloeistof. Meestal gaan de blaren vanzelf kapot. Bij intacte kiemlaag treedt in ongeveer drie weken volledig herstel op. Waar de kiemlaag beschadigd is kunnen etterende necrotiserende wonden zichtbaar worden. Deze necrose kan zeer diep zijn, soms zelfs tot op het bot. Het kan weken tot maanden duren voordat deze lesies onder vorming van littekenweefsel volledig zijn geheeld. In ernstige gevallen kunnen deze littekens aanleiding geven tot bewegingsbeperking (contractuur).

Via de ogen

Ook hier is sprake van een latente periode van enige uren die echter korter is dan bij blootstelling van de huid. Hierna gaan de ogen tranen en ontstaan ontstekingachtige verschijnselen. In een later stadium worden de ogen uitzonderlijk pijnlijk en ontstaan krampen in de oogleden. De patiënt wordt lichtschuw. Uitgezonderd bij zeer lage doses ontstaan vervolgens oedeem van de oogleden en ontstekingen van het bindvlies, het hoornvlies en het oogwit. In zeer ernstige gevallen kan dat leiden tot irreversibele blindheid. Bij genezing ontstaan meestal geen littekens.

Via de ademhalingswegen

Op dezelfde wijze als bij huid en ogen ontstaan na een latente periode beschadigingen aan de slijmvliezen van de longen en de bovenste luchtwegen. Eerst leidt dit tot snotteren, schorheid en keelpijn. Er ontwikkelt zich een droge hoest die later overgaat in een slijmerige hoest eventueel met bloed. De stembanden kunnen zodanig worden aangetast dat de stem geheel verdwijnt. In ernstige gevallen ontstaan atelectase, oedeem en necrose van het longslijmvlies. Necrotisch weefsel kan loslaten en de luchtwegen geheel of gedeeltelijk afsluiten. In dergelijke omstandigheden is de kans op een ernstige longontsteking zeer groot. Een patiënt kan uiteindelijk overlijden door ademhalingsobstructie, aan een niet te beheersen longontsteking of de kleine blaasje in de longen die springen en vocht afgeven waardoor het slachtoffer stikt in z'n eigen vocht.

Via het maag-darmkanaal

Slijmvliezen van het maag-darmkanaal worden door direct contact met blaartrekkende strijdmiddelen, bijvoorbeeld door het consumeren van besmet voedsel of drinkwater, aangetast. De slijmvliesbeschadiging veroorzaakt misselijkheid, braken, diarree (mogelijk met bloed) en darmkrampen.

Behandelingsprincipes

Preventieve maatregelen tegen besmetting met blaartrekkende strijdmiddelen is niet mogelijk. Ontsmetting vindt plaats met huidontsmettingspoeder. Huidontsmetting moet geschieden voordat roodheid of blaarvorming optreedt, omdat ontsmetting daarna zinloos en bovendien pijnlijk is. Met mosterdgas besmette huid mag NOOIT met water worden ontsmet omdat het mosterdgas dan over een groter oppervlak wordt verspreid waardoor de ernst van de vergiftiging zal toenemen. Causale behandeling van dit soort vergiftigingen is niet mogelijk. Bij het treffen van de juiste geneeskundige maatregelen, waarbij infectiepreventie en het zo lang mogelijk uitstellen van beademing op de voorgrond staan, zal vrijwel altijd genezing mogelijk zijn, tenzij onbehandelbare longinfecties optreden. Infectiepreventie vindt plaats door partiële darmdecontaminatie met daarvoor geschikte antibiotica. Bacteriën en schimmels uit de eigen darm vormen namelijk de grootste bedreiging voor de patiënt. Deze kunnen gemakkelijk via de anus terecht komen op de daar omheen liggende huid in de liesstreek en rond en op de geslachtsorganen. Juist in deze huidregio's veroorzaken blaartrekkende strijdmiddelen vaak ernstige lesies. Via de beschadigde huid kunnen microorganismen gemakkelijk in de bloedsomloop terecht komen. Dit veroorzaakt een bacteriaemie. De door blaartrekkende strijdmiddelen veroorzaakte schade aan het beenmerg leidt tot een verminderde weerstand tegen infecties. Hierdoor kunnen de in het bloed doorgedrongen micro-organismen zich in het bloed, maar ook elders, vermenigvuldigen. Dit noemt men sepsis. Een sepsis is een levensbedreigende situatie.

Behandeling bij besmetting via de huid

Blaren en wonden moeten, net als bij brandwonden, droog en steriel worden afgedekt. In verband met infectiegevaar geen vastzittende kleding lostrekken en in geen geval crèmes, vet, olie, zalf, melk of wat dan ook op de blaren of in de wonden smeren. Jeuk kan worden behandeld door afkoeling met water. Lesies veroorzaakt door mosterdgas mogen echter niet met water in aanraking worden gebracht. Bij opname kan het binnendringen van micro-organismen via de huid worden belemmerd door het insmeren van de huid met een antiseptisch middel. Net als bij behandeling van brandwonden wordt daarvoor een zilversulfadiazinecrème (Flammazine) gebruikt, die in dikke lagen wordt opgebracht. Eventueel kan deze laag worden afgedekt met droog steriel, met aluminium gecoat, verband (metalline). Als op deze wijze te werk wordt gegaan zullen de huidlesies in het algemeen binnen enkele weken redelijk goed genezen. In het algemeen geldt dat huidlesies eigenlijk niet werkelijk behandelbaar zijn en dat het accent moet liggen op het voorkomen van infecties. Ernstige jeuk kan, naast het spoelen met water of met calaminelotion, worden behandeld met systemisch toegediende antihistaminica. Deze jeuk blijkt vaak zeer therapieresistent. Het gebruik van corticosteroïdcrèmes moet in principe worden vermeden. Lokaalanesthetica werken over het algemeen onvoldoende tegen jeuk. Pijn moet systemisch worden bestreden.

Behandeling bij besmetting via de ogen

Zo spoedig mogelijk spoelen met veel water staat op de eerste plaats waarbij de ogen geopend moeten worden gehouden. Bij mosterdgas zal direct daarna de nat geworden huid met huidontsmettingspoeder moeten worden ontsmet. Bij opname is het gebruik van lokaalanesthetica slechts toegestaan bij - in het kader van de behandeling - aanraken van het oog. Ter voorkoming van verklevingen kan éénmaal daags één druppel atropine 1% worden toegediend. Ogen besmet met lewisiet kunnen, mits binnen 10 minuten na besmetting, worden behandeld met BAL-zalf (British Anti Lewisite, ook wel dimercaprol genoemd). Deze stof complexeert arseenverbindingen. Vervolgens moeten de ogen met water worden schoongespoeld. Infecties kunnen worden behandeld met chlooramfenicol oogzalf of -druppels, of met bacitracine-neomycine oogzalf. Gezien het gevaar van een superinfectie mogen ogen niet profylactisch met antibiotica worden behandeld. Door veel patiënten wordt een indifferente steriele oogzalf als plezierig ervaren. Voor eenvoudige desinfectie kunnen ook chloorhexidine oogdruppels worden gebruikt. Met corticosteroiden bevattende oogdruppels moet, wegens het infectiegevaar, uiterst voorzichtig worden omgegaan. Als echter onherstelbare oogschade dreigt kunnen zij als uiterste maatregel worden toegediend.

Behandeling bij besmetting via de ademhalingswegen

Absolute rust is noodzakelijk. De patiënt moet zo min mogelijk worden verplaatst en zich zo min mogelijk bewegen, ook tijdens de latente periode. Bij opname dient de toediening van diazepam (Valium) te worden overwogen. Bestrijding van pijn vindt plaats met opiaten (pas op ademhalingsdepressie), onderdrukking van hoesten met codeïne of noscapine. Externe ondersteuning van de ademhaling kan de longlesies doen verergeren en geeft aanleiding tot pneumothorax. Dit laatste kan ook spontaan optreden bij hoesten, iets dat deze patiënten veel doen. Beademing moet worden gezien als een uiterste maatregel. Zelfs zeer lage arteriële zuurstofspanningen worden nog geaccepteerd voordat beademing wordt ingezet. Patiënten waarbij beademing toch niet kan worden gemist moeten soms zeer lang (maanden) worden beademd, alvorens de longlesies zodanig zijn afgenomen dat beademing kan worden gestaakt. Er zijn aanwijzingen dat gedurende deze lange tijd de longbeschadigingen wel degelijk langzaam herstellen.

Na een ernstige vergiftiging met mosterdgasderivaten, waarbij resorptie plaatsvindt, kan natrium thiosulfaat worden toegediend. Dosis: 40 gram(!) i.v. Deze toediening moet binnen 20 minuten na blootstelling geschieden. Het mechanisme berust op een chemische reactie van thiosulfaat met het mosterdgasderivaat in het bloed. De hierbij ontstane verbindingen zouden niet meer alkylerend werken. Lewisietvergiftigingen kunnen worden behandeld met 200 mg i.m. dimercaprol injecties. Het is een pijnlijke injectie met veel bijwerkingen zoals misselijkheid, diarree, duizeligheid, hoofdpijn. zweten en afwijkingen van het bloedbeeld. De gevormde arseencomplexen worden via de nieren uitgescheiden. Fosgeenoximintoxicaties zijn niet causaal behandelbaar.

(Tekst met dank aan FEW gebruiker en Dovo medewerker, Maxmadmartin )

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.be/wiki/index.php/Mosterdgas"
Personal tools